Wat ga je doen?
Voordat je gaat lezen, let je eerst goed op de titel, de plaatjes, de tussenkopjes en op opvallende woorden of getallen. Lees ook van iedere alinea de eerste en de laatste zin. Waar denk je dat de tekst over gaat? Misschien weet je al iets over het onderwerp.
Je gaat een tekst lezen over de paashaas. Lees de tekst goed door. Probeer de tekst na het lezen kort samen te vatten. Waar ging de tekst over? Let ook op overeenkomsten en verschillen in de tekst.
De hoofdlijn of hoofdvraag van de tekst geeft in één zin weer waar de tekst over gaat.
Waarom kan de paashaas volgens de verhalen eieren leggen?